Ik heb een enorme passie om dingen te laten lukken

Interview met wethouder Yolan Koster 

Terwijl de samenleving zich langzaamaan losmaakt uit de wurggreep van de pandemie, moeten wij als redactie van Op de Hoogte het geplande interview helaas nog ‘op gepaste afstand’ doen. Dus zetten we op vrijdagochtend 21 mei jl. vanuit keuken, werkkamer en kantoorruimte routinematig onze schermpjes aan. Achter een ervan zit Yolan Koster, wethouder Sociaal Domein in Montfoort. Wij zijn nieuwsgierig naar haar achtergrond en benieuwd naar haar visie op lokale kwesties. We boffen. Yolan praat makkelijk, heeft het hart op de tong en lardeert het gesprek met enige vrolijkheid.

Rood
Begin vijftiger jaren geboren en verder getogen in Utrecht met als bakermat een ‘écht rood nest’. Enthousiast kleurt Yolan deze periode voor ons in en brengt een verbale hommage aan haar opa, die een grote inspirator voor haar blijkt te zijn. Opa Peperkoorn was een van de medeoprichters van de Communistische Partij in Nederland, heeft het Sociaal Raadsliedenwerk ontwikkeld en is later vanwege o.a. zijn inspanningen voor onderduikers in de Tweede Wereldoorlog als verzetsheld geëerd. Maar is vooral de man aan wie ze veel te danken heeft, die in haar jonge jaren er altijd is, voor haar en haar ouders, die haar geleerd heeft te leven, haar ‘de kunst van het zijn’ heeft bijgebracht. Helaas te jong gestorven en daarna enorm gemist. Maar inmiddels gloeit het vurige kooltje, dat in het Utrechtse gezin met regelmaat wordt aangeblazen. Want zegt ze: “Daar eten we aardappels en praten we over politiek” en even later: “Het altijd over politiek praten, klassenbewustzijn, dat het leven de moeite waard is om voor te knokken, solidariteit vanzelfsprekend is, al dat soort dingen krijg je gewoon mee, met de moedermelk.” En dat (rode) appels dan ook niet ver van de boom vallen, weten we inmiddels.

Morele kompas
Wie haar indrukwekkende cv bestudeerd heeft, ziet al gauw dat die rijke voedingsbodem een aantal mooie functies heeft opgeleverd. Consultant bij een adviesbureau dat zich bezighoudt met wonen en later directeur van CrossOver, een programma van het ministerie van Sociale Zaken, dat tot doel heeft jonge mensen met afstand tot de arbeidsmarkt betere ondersteuning en meer kansen te laten krijgen. En verder actief in diverse adviescolleges en bestuursfuncties zoals de Gehandicaptenraad. Tevens haalt Yolan op latere leeftijd een master in sociologie en wijsbegeerte en begint aan een promotieonderzoek bij professor Harry Kunneman aan de Universiteit voor Humanistiek. Maar als ze in 2012 gevraagd wordt om Loes IJpma op te volgen als wethouder in Woerden, onderbreekt ze haar studie om zich vervolgens volledig te wijden aan het politieke ambt. Het zetje in die richting vond enkele jaren eerder plaats.

De schok die de moord op Pim Fortuyn teweegbrengt, doet Yolan namelijk besluiten politiek actief te worden. Ze neemt zich voor een aantal partijprogramma’s door te akkeren, waarna ze stuit “op eentje als echt bruikbaar voor mijn morele kompas, dat was Groen Links.” Voor GL doet ze vervolgens veel bestuurlijk werk, ze verzorgt klasjes en neemt o.a. zitting in de Toezichtraad. Uiteindelijk leidt dat ertoe dat ze kandidaat is voor de Eerste Kamer en worden er in het gebouw van de Eerste Kamer al de eerste aanpassingen gedaan ter voorbereiding op haar komst. Echter, behoorlijk wat gedoe binnen de partij brengt de Provinciale Staten fractie van Zuid-Holland in stelling en ene Jan Laurier werpt met voorkeurstemmen Yolan terug naar plek vijf. Einde beoogde senaatscarrière…

Maar inmiddels kan Yolan terugkijken op een lange lokaal-bestuurlijke carrière. Eerst het wethouderschap in Woerden, daarna in Bergen (NH) om vervolgens –nadat GL daar in 2018 uit de coalitie stapt- gevraagd te worden als wethouder in Montfoort. Kan het werk in Woerden haar nogal eens onder haar vel gaan zitten, voelt zij zich vaak persoonlijk aangesproken, in Bergen speelt dat minder: “De noodzaak om het je persoonlijk aan te trekken raakte toen al behoorlijk naar de achtergrond. Toen kwam ik in Montfoort en ik was eigenlijk heel relaxed en dat ben ik nog steeds.” Maar ondanks die innerlijke rust blijft dat kleine gloeiende kooltje aanwezig: “Ik heb een enorme passie om dingen te laten lukken.”

Spin-off
Een van die dingen is de intramurale zorg in Montfoort en m.n. het creëren van volwaardige ouderenzorg sinds Rijnhoven in 2019 de stekker uit Bloemhof en Vlinderhof heeft uitgetrokken. Nu blijkt dat ook Vierstroom, de organisatie die thuishulp biedt, zich ook uit Montfoort terug gaat trekken, “omdat we best veel ouderen hebben, maar die zijn minder hulpbehoevend dan het lijkt, waardoor verdienmodellen voor dit soort organisaties slecht uitkomen”, is de zoektocht gestart naar organisaties die 24/7 zorg kunnen leveren. Yolan schetst kort het dilemma dat vervolgens opduikt: “Dan moeten ze een pijler hebben binnen de gemeente zelf, dus dan moeten ze een voorziening hebben waar mensen kunnen verblijven, wonen en van daaruit kunnen ze dit soort faciliteiten ook wel bij mensen thuis leveren. Maar voor het realiseren van zo’n voorziening, verpleeghuisachtige toestand, hebben ze een plek nodig…”. Doeldijk, Hofdijk en Van Damstraat zijn beoogde locaties voor zo’n plek en “dan is een van de eerste dingen die we zouden gaan doen, is het bouwen van voorzieningen voor ouderen, waar 24/7 zorg bij geleverd wordt, wat weer de mogelijkheid heeft voor de spin-off om dat ook bij de mensen thuis te leveren.”

Intussen hebben zich al meerdere kandidaten gemeld. Over een ervan is Yolan enthousiast: een voorziening voor 24 woningen, die al op verschillende plekken in Nederland staat, passend bij de omgeving en met relatief lager bouwkosten te realiseren “en hij heeft ook een concept ontwikkeld waarbij hij met lokaal personeel aan het werk gaat...dan denk ik: kom maar op!”

Participatie
We vragen Yolan naar de impact van Covid voor onze gemeente. Dat schijnt gelukkig nogal mee te vallen. Als verhuurder van maatschappelijk vastgoed is een aantal horecaondernemers vrijgesteld van het betalen van huur om faillissement te voorkomen. Daarnaast heeft Ferm Werk regelingen zoals Tozo voor zijn rekening genomen, neemt de werkloosheid tot op heden niet zo erg toe in deze regio en groeit het aantal vacatures met de dag. Ook valt het aantal mensen dat vanwege Covid in de bijstand komt wel mee, omdat men eerst in de WW terecht komt en pas daarna in de bijstand. Wel is het in deze periode moeilijker om mensen die in de bijstand zitten eventueel naar betaald werk te krijgen. De impact is echter op een ander terrein wel wat groter, geeft Yolan aan. Het is namelijk erg moeilijk gebleken om in de afgelopen anderhalf jaar de participatie goed op poten te krijgen. Als het al gebeurt, vindt dat meestal digitaal plaats en dat is voor een grote groep mensen een slechte manier om deel te nemen aan democratische processen. Yolan heeft er flink last van gehad: “De school is daar een goed voorbeeld van. Normaliter hadden we vorig najaar al bijeenkomsten georganiseerd in zaaltjes, om te gaan kletsen, plaatjes te laten zien, het ‘casual’ met elkaar van gedachten wisselen. De RES is ook zo’n voorbeeld daarvan. Technisch heb je dit georganiseerd, maar datgene wat nodig is om betrokkenheid van inwoners bij ontwikkelingen te organiseren, dat is echt slecht uit de verf gekomen”. Maar ook persoonlijk ondervindt ze er grote hinder van: “Ik ben nu al veertien maanden niet zomaar bij organisaties binnen geweest of mensen op straat gesproken, of in het gemeentehuis. Dat vind ik dus echt heel slecht. Als je het hebt over schade aan de vitaliteit van de gemeenschap, is de kloof tussen inwoners en lokale overheid daardoor gegroeid”.

Gênant
Wij voeren het gesprek richting sociale woningbouw en praten in dat kader eerst met elkaar over de inkomensverschillen in onze gemeente. Als wij voorzichtig opperen dat het qua armoede in onze gemeente (2,9 %) gelukkig wel meevalt, is Yolan erg duidelijk als ze ons voorhoudt: “Nee, maar dat laat onverlet dat er toch nog een percentage van zo’n 300 mensen in onze gemeente in een dusdanige financiële positie zit, dat je kunt spreken van armoede. Voor een rijke gemeente -niet qua gemeentekas- qua levensstandaard is het natuurlijk wel heel gênant dat je zo’n 300 mensen in je gemeente hebt waar sprake is van armoede.’

En dat we voor deze groep en voor inwoners met lage inkomens in het algemeen voort willen maken met goede huisvesting, hangt voor een groot deel aan beschikbare plekken. “Groen West staat klaar, wil dolgraag, wil investeren erin”, zegt Yolan en ze noemt vervolgens o.a. het Burgemeester de Geusplein als mogelijke locatie om er een kleine veertigtal woningen te kunnen realiseren. Ze wordt enigszins fel van toon als we het verzet tegen sociale huur in onze gemeente aanstippen: “Jongens, we hebben het over leerkrachten, verpleegkundigen, brandweerlieden, politiemensen, gewoon mensen die je dagelijks nodig hebt. Het gaat over mensen die niets anders kunnen betalen dan 700 euro huur per maand, als ze het al kunnen betalen. Waar bijna de helft van de bevolking van ons land uit bestaat, die kunnen niet hoger in huur gaan zitten en die kunnen niks vinden. Ook heel veel jongeren die het niet lukt om zich vrij te maken van hun ouders, waar echt problemen aan het ontstaan zijn, die nergens naar toe kunnen en toch in de buurt willen blijven wonen.”

Voor deze laatste groep zijn kleinere units nodig, vult ze aan. Flexwonen en tiny houses zijn een manier om redelijk gauw zo’n aanzet te kunnen geven: “Snel eruit, dat zal ook voor een andere dynamiek gaan zorgen”.

Zuipcultuur
Nu we het toch over jongeren hebben, is het bruggetje makkelijk gemaakt naar het onderwerp over preventie t.a.v. alcohol en drugs. Hoewel er vaak anders wordt gedacht, blijkt uit onderzoek dat het met het drugsgebruik wel meevalt. Uiteraard wordt er meer gebruikt dan gewenst, vult Yolan aan. Maar volgens haar is het alcoholgebruik onder jongeren onmiskenbaar een groter probleem en zitten we qua alcoholconsumptie ver boven het landelijk gemiddelde. “Montfoort steekt daar echt slecht af”, zegt ze als ze de rol van de ouders hierin belicht: “Ouders laten het veelal ook toe dat hun kinderen gaan indrinken, sterker nog, het wordt ook wat gestimuleerd thuis”. En mocht de rem in het gezin er niet altijd op zitten, dan helpen de lokale kroegen ook niet bepaald een handje in de goede richting, denkt Yolan. Overdadig drankgebruik wordt er gefaciliteerd en draagt naar haar mening bij aan een ware zuipcultuur in Montfoort. Tegelijkertijd is er aandacht voor een gezondere leefstijl en lukt het om geld uit Den Haag te halen voor projecten die voortkomen uit het Vitaliteitsakkoord en vervolgt ze: “Waar John van Echteld echt goed werk in doet, met jeugdsportcoaches, met het organiseren van programma’s”.

Jeugdzorg
Blijkt de Montfoortse jeugd wat rijkelijk aan Bacchus te offeren, beter is ze af met het Jeugdteam in onze gemeente. Met enige trots zegt Yolan hierover: “Het Jeugdteam van Adri van Montfoort lukt het om én heel veel gezinnen te bereiken, én dat als die gezinnen zorg nodig hebben, dat dat zorg is die om de hoek gegeven wordt. Dat betekent dus ook dat het daardoor lukt om met minder kosten meer mensen de juiste zorg te geven.” Dat laat echter onverlet dat de hoeveelheid geld die we als gemeente ervoor krijgen per definitie te weinig is om dat goed te doen. Niettemin blijken wij het in landelijk opzicht goed te doen: “Dan zie je dat we als gemeente echt heel goed scoren op dit gebied. En dat komt door deze aanpak, die steeds meer steun krijgt vanuit andere gemeentes. Oudewater en Montfoort lopen daarin echt voorop.” Kritisch blijkt Yolan echter te zijn over de rol van jeugdartsen. Verwijzen huisartsen - hoewel nog niet vanzelfsprekend-  steeds meer door naar het Jeugdteam, anders is dat bij jeugdartsen en “ook als kinderen in het ziekenhuis terecht komen bij een kinderarts of waar dan ook. Die doen daar gewoon niet aan, waardoor kinderen van de radar verdwijnen en vaak in dure voorzieningen terechtkomen. En als kinderen in dure voorzieningen zitten, dan kost het heel veel moeite om ze daar weer uit te krijgen”. Yolan besluit positief: “Het is nog helemaal niet zoals het zijn moet, maar het gaat significant beter in Montfoort en Oudewater dan in menig andere gemeente in Nederland”, waarna ze eraan toevoegt: “Dat is ook te danken aan Jan Vlaar, ere aan wie ere toekomt”.

En verder…Tot slot stippen we nog enkele onderwerpen aan voordat we ons gesprek gaan afsluiten. Allereerst de
toeslagenaffaire en de rol van de gemeente hierin. Yolan zegt niet precies te weten hoeveel gedupeerden onze gemeente heeft, omdat er bijna niet achter te komen is vanwege de AVG, maar vermoedelijk zijn het er drie. Als gemeente kunnen we weinig, stelt ze. Waar Utrecht alle schulden van gedupeerden overneemt, ligt dat bij ons toch echt anders: “Dat kunnen we helemaal niet, we staan onder toezicht”.

We schatten zo in dat Yolan ook een uitgesproken mening over het basisinkomen zal hebben. Daarin worden we niet teleurgesteld: ”Ik vind in een rijk land als het onze het vanzelfsprekend dat je een basis hebt. Zowel qua inkomen als waar je kunt wonen, of qua zorg, waar je je nooit zorgen over hoeft te maken. Daarom ben ik een voorstander van een basisinkomen”. Het bijkomende effect, schetst ze, is dat je heel veel regelingen m.b.t. subsidies en toeslagen voor een groot gedeelte kunt afschaffen, waardoor mensen veel meer ruimte krijgen voor het verwerven van extra inkomen, hun levenstandaard kunnen vergroten en werk gaan doen wat ze leuk vinden.

En hoewel het sociaal domein in ons gesprek centraal heeft gestaan, kunnen we het niet laten om het toch nog even kort te hebben over milieu en duurzaamheid. “Volledig mee eens!”, roept Yolan uit als we haar vragen naar een mogelijk vuurwerkverbod in Montfoort ter bescherming van have en goed en uiteraard -gezien de hoeveelheid fijnstof- het milieu.

Voorstander blijkt Yolan ook te zijn van windmolens die eigendom van de inwoners zijn: “Ik ben voor het laten ontstaan van een coöperatie van de inwoners op wiens grond die molens gebouwd worden, uiteraard wel onder een aantal maatschappelijke voorwaarden”. Minder positief is ze waar het gaat om het benutten van de Montfoortse daken met zonnepanelen. Hoewel ze erkent dat “Montfoort binnen de provincie Utrecht kampioen is in zon-op-dak”, zijn er nog behoorlijk wat daken -zoals bijvoorbeeld die van de manege en het tuincentrum- die bedekt zouden kunnen worden. De beperkte ambtelijke capaciteit zit Yolan hierin ook niet mee: “Ik heb nu 16 uur per week ambtelijke ondersteuning op het gebied van duurzaamheid”, waardoor ze –wil ze iets gedaan krijgen- er vaak zelf op af moet.

Maar ondanks die beperkingen en de weerstanden en tegenslagen die onvermijdelijk het werk van een wethouder bij tijd en wijle bemoeilijken, bespeuren wij bij haar gelukkig nog voldoende strijdvaardigheid en geduld in haar voornemen om dossiers succesvol af te ronden in de resterende maanden. Dat bezielde, die geestdrift ‘om dingen te laten lukken’ blijft vooral bij ons hangen na het gevoerde gesprek met Yolan. Maar met het sociale hart op de goede plek is ze bovenal gewoon een leuk mens.

 

 

yolan-Koster-520x336.jpg

Wethouder Yolan Koster